Tradities

Gildetradities.
Beschrijving van de traditie

Wie in Noord-Brabant woont of deze bezoekt, komt er vroeg of laat mee in aanraking op een zonnige zomerdag of bij een officiële gelegenheid waar iemand iets te vieren heeft. Plotseling is het daar: tromgeroffel. En vanuit de verte verschijnen dan vanzelf de veroorzakers. Een schuttersgilde: een groep mannen, met soms vrouwen erbij, in zwierige uniformen of kostuums. Met trommen, een vaandel, vendels, kruisbogen of geweren. Met soms een vrouw die een patroonheilige uitbeeldt. Het geheel wordt wellicht voorafgegaan door een ruiter fier te paard: de standaardruiter die de weg baant voor zijn gilde.

Ruim tweehonderd schuttersgilden telt Noord-Brabant. Schuttersgilden zijn uiteenlopend samengesteld. Er zijn grote en kleine gilden, met veel of weinig muziek, met veel of weinig jeugd: Geen enkel gilde is hetzelfde. Ieder gilde heeft zijn eigen tradities, zijn eigen gebruiken en eigen benamingen voor functionarissen. De verscheidenheid is groot, maar toch is er die eenheid. De Noord-Brabantse gilden zijn één in het streven naar en het bewaren van de tradities en de waarden waar die voor staan. Een eenheid die zich uit in een gezamenlijke geschiedenis, want geschiedenis is iets dat alle schuttersgilden hebben.

De beleving van de gildetradities anno nu

Het gildeleven is een way of live. Er zijn twee aspecten aan een gilde: het uiterlijke met de typische gildegebruiken van slaande trommen en vliegende vendels en de kleurrijke uniformen en het inhoudelijke, het sociale: samen sporten, opkomen voor elkaar, het delen van vreugde en verdriet, het leven vieren. Een gilde biedt gezelligheid, sportieve competitie in de voor elk gilde eigen sporten en ontspanning. Men heeft belangstelling voor elkaar en er is ruimte voor vriendschap en ontmoeting. Een gilde is een vereniging waarbij de mens centraal staat. Het maakt niet uit hoe oud je bent, of je gestudeerd hebt of een ambacht beoefent, of je man of vrouw bent, wat je godsdienst is of je huidskleur. Gildeleden heten niet voor niets gildezusters en -broeders, ze gedragen zich een beetje als familie. Sommigen zoeken elkaar vaker op, anderen wat minder. Soms delen ze verdriet, vaak delen ze vreugde. Er wordt heel wat gefeest binnen een gilde: op de jaarlijkse statiedag, op de jaarlijkse kringdag, bij kroonjaren, op Europese gildefeesten, bij bevriende gilden, enzovoort.

Tradities zijn voor het gilde belangrijk. Tradities zijn goede oude gebruiken die met hun tijd meegaan. Traditie is ook: door voorbeelden van vroeger, oplossingen nastreven voor problemen van nu. De Noordbrabantse schuttersgilden stellen zich tot doel de traditie van het gilde en de aard van het gilde tot ontwikkeling en bloei te brengen. Met de aard van het gilde worden eigenschappen bedoeld die essentieel voor een gilde zijn, zoals: de broederschap tussen de gildeleden, het historische karakter, het behoud van oude gebruiken en de beschutting van outer en heerd, dat wil zeggen contacten met de kerk en met overheidsinstanties.

De organisatie van de afzonderlijke gilden

De gilden zijn autonoom in de invulling van hun gildeleven. Vanuit de historie komen er veel verschillende functies, gebruiken en activiteiten voor. Het bestuur heet vaak de overheid. De voorzitter wordt vaak hoofdman, hopman of kapitein genoemd. Samen met de dekenschrijver en schatbewaarder/dekenrentmeester vormt hij of zij het dagelijks bestuur. De overheid wordt aangevuld met andere bestuursleden, voor wie vele functies en benamingen in gebruik zijn. De overheid bereidt de besluiten voor die in de ledenvergaderingen worden genomen.

De leden

Gildebroeders en gildezusters zijn lid van een gilde. Bij sommige gilden wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen gildelid en gildebroeder of gildezuster, daar zijn de gildebroeders en gildezusters de actieve leden en de gildeleden de niet-actieve leden. Soms wordt ook onderscheid gemaakt tussen schutter en gildebroeder/gildezuster.

De gildefuncties

Er zijn veel functies binnen de gilden: koning, keizer, hoofdman, hopman, voorzitter, regerend deken of overdeken, baas deken, eerste gildemeester, dekenschrijver, dekenschatbewaarder, deken, oude deken, jonge deken, commandant, kapitein, vendrik/vaandrig, overheidsleden, gildebroeders, gildezusters, standaardruiter, tamboer, vendelier, klaroenblazer, zilverdrager, archivaris, nar, schildknaap, ouderman, gildeheer, gildebode, piekenier, knecht, rentmeester. Sommige van deze functies zijn oude benamingen voor hedendaagse begrippen. Andere functies zijn typisch des gilden en komen niet voor bij andere verenigingen. De meest typische gildefuncties worden hierna beschreven.

De koning

De koning is het gildelid dat bij het koningschieten het laatste stuk van de koningsvogel van de schutsboom heeft geschoten. Als een vrouw de vogel er af schiet wordt zij ook koning. Met de kermis (de kerkwijding) ging en gaat men nog steeds koningschieten. Het is een gebeurtenis waar de hele gemeenschap bij betrokken werd en wordt. Meestal schiet men op een speciale staak of schutsboom. In sommige plaatsen schoot men niet op de schutsboom maar plaatste men de papegaai op de wiek of molenroede van de molen.

De koning is de belangrijkste vertegenwoordiger van zijn gilde. Als koning heeft hij of zij ook zitting in de overheid (het bestuur). De koning heeft de eer het koningszilver te dragen.

De keizer

Een koning die zich drie keer achtereen tot koning geschoten heeft wordt keizer. Bij verschillende gilden krijgt de keizer de zilverschat, dus al het koningszilver. De overheid (het bestuur) kan dit terugkopen door de keizer een keizersschild aan te bieden

De standaardruiter

De standaardruiter, ook wel standaardrijder genoemd, rijdt op een paard en maakt zigzaggend de weg vrij voor het gildevaandel en het gilde rondom de koning. Hij draagt de standaard als herkenningsteken.

De tamboer

De gildetrom is functioneel en heeft een symbolische betekenis. De trom roept op, kondigt aan, houdt de groep bij elkaar en geeft de stemming van de gildebroeders en gildezusters aan: feestelijk, blij, verdrietig, ingetogen of uitbundig. De tamboer ondersteunt de vendelier in zijn oefening. Het gilde loopt of, zoals een gilde het noemt, gaat op de maat van de gildetrom. De gildebroeders gaan op de door de tamboers geslagen marsen in optocht de kerk binnen, naar de schutsboom of ter begrafenis. De tamboers laten luid van zich horen bij de massale opmars op een gildefeest. Menig gildebroeder wordt met het vertrouwde geluid van de gildetrom gewekt. Bij veel gilden was de tamboer vroeger een betaalde gildebroeder, vaak was hij muzikant van beroep.

De bazuinblazer

De bazuin is een zeer oud blaasinstrument en heeft een signaalfunctie. Hij werd al veelvuldig in de middeleeuwen door stadsmuzikanten gebruikt. De bazuin ook wel klaroen of signaal trompet genoemd behoort tot de koperen blaasinstrumenten en wordt met een mondstuk aangeblazen. De bazuin heeft geen ventielen, als de bazuin op een juiste manier wordt bespeeld komen er vijf natuurtonen tevoorschijn, deze tonen laten zich bijzonder goed mengen met de tonen van de gildetrom. Bij de jurering van het bazuinblazen wordt o.a. gelet op de presentatie, de juiste toonvoering en zwaarte van het muziekstuk.

De hellebaardier/piekenier

Als het gilde in vol ornaat eropuit trekt, dan dragen de gildebroeders die de optocht sluiten een hellebaard ‘voor de show’. Vroeger zorgde de hellebaardier voor de openbare orde bij optochten en andere openbare activiteiten van het gilde. Hij was herkenbaar aan zijn sjerp en hellebaard. Vroeger was hij een belangrijke functionaris, hij hoefde niet mee te doen aan de loting voor de functie van vaandrig.

De vaandeldrager/vaandrig/vendrik/alfarez

Het vaandel, de hoofdvlag van het gilde, staat symbool voor de eenheid van de gildebroeders en gildezusters die zich achter het vaandel scharen. Als het gilde uitrukt wordt het voorafgegaan door de vaandrig met het gildevaandel. Het vaandel vertegenwoordigt de waardigheid van het gilde en komt vooral tot zijn recht bij het afleggen van de eed van trouw aan het wereldlijke en kerkelijke gezag. De vaandrig draait het vaandel driemaal links en driemaal rechts over de hoofden van de gildekoning, de gildeheer, de bisschop, de burgemeester of andere notabelen. Hij neigt het vaandel rechts en links over de kist bij het afscheid van een overleden gildebroeder of -zuster. De vaandrig neigt het vaandel voor het Allerheiligste bij de consecratie in de heilige mis, hij houdt dit schuin omhoog. Het vaandel mag de grond nooit raken, behalve bij het bezoek van de Koning/Koningin van Nederland en de Paus. Zij mogen als teken van hun waardigheid eenmaal over het vaandel schrijden dat de vaandrig over de grond gespreid heeft. Na het koningschieten mag de nieuwe gildekoning, als onderdeel van zijn inhuldiging, over het gildevaandel lopen.

De vendelier

Vendelen is een eretaak. De vendeliers zwaaien met grote behendigheid hun vendels in het vendelgebed, in vendelhulden aan jubilarissen, ereleden, koningen, overheden en bij demonstraties voor het publiek. De vendelier legt getuigenis af van zijn gezindheid ten aanzien van gilde, gildekoning, kerkelijke en wereldlijke overheid. Op gildefeesten zijn er wedstrijden in (klassiek) vendelen, groepsvendelen en acrobatiek vendelen.

De schutter

De schuttersgilden van Noord-Brabant hebben outer en heerd beschut (beschermd). Om dit goed te doen oefenden zij in het hanteren van de wapenen en hielden zij wedstrijden. Anno 2012 schieten de schutters met kruisboog, handboog of geweer op doel of op de wip. De wip is een ronde metalen schijf met een diameter van 13 cm., die op een 12,5 meter hoge boom is geplaatst.

Bonen

Om gildebroeder –zuster te worden van een gilde, lopen de kandidaten eerst een jaar mee als aspirant-lid en op de algemene vergadering voor de patroonsdag wordt er over de nieuwe leden geboond. Het bonen staat synoniem voor de ballotage van nieuwe leden en stamt uit de tijd dat niet iedereen kon schrijven. Iedere gildebroeder krijgt een witte en een zwarte boon uitgereikt. De bonen worden verzameld en als er meer zwarte dan witte bonen in het zakje zitten wordt het lid niet aangenomen. Maar meestal zijn het allemaal witte bonen. In het verleden werd er ook geballoteerd met witte en zwarte erwten, witte bonen en zwarte erwten, witte en zwarte bonen en met witte bonen en erwten, al naar gelang de oogst. De essentie bleef dezelfde.

Het koningschieten

Het koningschieten is de belangrijkste activiteit van het gilde en zeker het feestelijkste gebruik: de verbondenheid van de gildebroeders en gildezusters wordt gevierd. Het koningschieten gaat bij de Brabantse schuttersgilden met veel tradities gepaard. Het is een dag met voor elk gilde eigen tradities en gebruiken.

Het gildezilver

Elk gilde heeft een zilverschat bestaande uit zilveren schilden en enkele andere zilveren voorwerpen, bijvoorbeeld de hoofdmansikkel, de hoofdmanstaf en de koningsvogel. Deze zilveren schatten worden (deels) gedragen bij belangrijke gebeurtenissen en als het gilde uittreedt. Een gildeschild heeft meestal de vorm van een schild, de vorm van een dierenhuid of een vel leder. Verdedigingsschilden werden oorspronkelijk gemaakt van leer. Er zijn drie soorten gildeschilden:

Herkenningsschilden, zoals de hoofdmansikkel en de koningschilden. De verzameling koningsschilden met het koningsjuweel heet koningszilver.

Zilveren schilden die in een wedstrijd gewonnen worden; het prijzenzilver.

Schilden die men krijgt bij een gebeurtenis; het herinnerings-of herdenkingszilver.

Het koningszilver

De koning heeft de eer het koningszilver te dragen. Het koningszilver bestaat uit het koningsjuweel en de koningschilden:

Het koningsjuweel: Het koningsjuweel is de zilveren koningsvogel of papegaai, die aan een zilveren ring, medaille, schild, ketting of patroonplaat (een afbeelding met de patroonheilige) hangt. Het koningsjuweel is een sieraad voor eer en macht. De zilveren koningsvogel is vrijwel altijd het eerst aangekochte eigendom van een gilde.

De Koningschilden: Van oudsher schenkt elke koning het gilde een zilveren koningsschild met daarin een stukje geschiedenis gegraveerd. Zijn naam staat er op, de datum waarop hij zich tot koning heeft geschoten, de hoeveelste koning hij is en wat zijn beroep of familietraditie is. Als de familie van de koning een familiewapen heeft, wordt dat ook afgebeeld. Hij (of zij) mag de koningsvogel dragen samen met de zilveren koningsschilden. Die geschonken zijn door zijn voorgangers. Op die schilden heeft elke koning naast zijn naam, zijn beroep of familietraditie laten uitbeelden. Er zijn al heel oude schilden uit de 13de en 14de eeuw en van heden, want nog steeds laat de koning een koningsschild maken. En elk koningsschild is een unicum want er wordt er maar een van gemaakt.

De patroonsdag

Het gilde gaat op de patroonsdag in optocht naar de kerk waar de gildemis wordt gevierd met daarin de tradities van het offeren op de gildetrom, het neigen van het vaandel onder de consecratie. Na de mis wordt de eed van trouw hernieuwd aan het wereldlijke en het kerkelijke gezag. De burgemeester en de pastoor of priester staan voor de kerk, geflankeerd door de koning en de hoofdman. De hoofdman geeft de commando’s aan de hoofdvendelier en deze draait het vaandel driemaal rechts en links om boven de hoofden van de hoogwaardigheidsbekleders. Er wordt nog een vendelhulde gebracht door de vendeliers. Hierna gaat het gilde in optocht terug naar het gildehuis waar op een gezellige manier de patroonsdag wordt voortgezet.

De uitvaart met gilde-eer

Als een gildebroeder is overleden en de overheid (het bestuur) is daar over bericht. Dan gaat de overheid naar de familie van de overledene. Er worden condoleances uit gewisseld en er wordt besproken of de gildebroeder met gilde-eer wordt begraven. Na deze bijeenkomst komt de overheid in vergadering bijeen en wordt het overleden gildelid herdacht en worden de taken en voorbereidingen voor de uitvaart besproken. De overige gildebroeders/zusters worden in kennis gesteld van het overlijden van de gildebroeder.

Bij de avondwake worden (sommige) taken die normaal de uitvaartverzorging doet overgenomen door de gildeleden. Dat wil zeggen dat er gildebroeders/zusters bij het condoleanceboek staan en boekjes en printjes uitdelen en dergelijke. Voor, tijdens en na de wake staan er vier gildebroeders rond de overledene om de wacht te houden. Op de dag van de begrafenis komen de gildebroeder/zusters bij elkaar in het gildehuis en vertrekken met stille trom naar het huis van de overleden gildebroeder of naar de kerk. Er wordt een erehaag gevormd en de koning legt het koningszilver op de kist, want elke gildelid moet minstens een keer het zilver gedragen hebben. Zes gildebroeders dragen de kist de kerk in, de koning loopt direct achter de kist (dit wil zeggen dat je zelf je vrienden uitzoekt) en dan pas de familie. De tamboers trommen de dodenmars. Tijdens de dienst staat de hoofdvendelier met zijn vaandel achter de kist. De collecte gebeurt op de gildetrom door de gildebroeders. Tijdens de consecratie wordt het vaandel geneigd en door de tamboer wordt er geroffeld. Na de dienst en de absoute gaat het gilde onder het trommen van de dodenmars naar het kerkhof. De zes gildebroeders dragen weer de kist en de koning loopt ook nu weer direct achter de kist. Als iedereen op het kerkhof is aangekomen haalt de hoofdman het koningszilver van de kist en hangt het weer bij de koning om de schouders. De koning neemt plaats achter de kist, dit is symbolisch, over de kist kijkend naar de koningsmantel ziet hij zijn voorgangers. De hoofdvendelier brengt aan de overledene de laatste groet door driemaal rechts en links te draaien en laat dan de vlag op de kist rusten. Met de knop van het vaandel tikt hij nog eens tegen de kist. Meestal blijft het gilde samen met de familie als laatste achter op het kerkhof en brengen de overleden gildebroeder/zuster naar zijn laatste rustplaats. Onder tromgeroffel laten de gildebroeders de kist zakken. Tot het laatst blijven zij bij hem.

Dit is wat er in grote lijnen gebeurt tijdens een begrafenis. Elk gilde doet dit op zijn manier. Een crematie gebeurt in dezelfde stijl.

De kringgildedag

Elk jaar mag een gilde uit de kring de kringgildedag organiseren. Vaak gebeurt dit met een jubileum of eeuwfeest. De toewijzing van de kringgildedag gebeurt jaarlijks op de algemene jaarvergadering van de kring. Op de kringgildedag mogen alleen gilden uit de kring worden uitgenodigd en worden alle disciplines van het gilde in wedstrijdvorm gepresenteerd. De wedstrijden vinden plaats onder toezicht van de technische commissies van de kring. Het organiserende gilde dient zich te houden aan de regelingen en de richtlijnen die door desbetreffende kring zijn vastgesteld. Soms wordt een gastgilde uitgenodigd.

En dan op een zondag, meestal begin juni, komen de gilden van de Kring bij elkaar. Elk jaar in een andere plaats. De dag wordt begonnen met een tocht naar de kerk waar een plechtige viering wordt gehouden. Na deze dienst volgt de eed van trouw en een vendelhulde. Er is een Brabantse koffietafel waar zo’n 300 gildebroeders en –zusters aan zitten. Hierna volgt de aanbieding van de erewijn door het gemeentebestuur en worden er toespraken gehouden. Ondertussen stromen de overige gildebroeders en zusters naar het feestterrein om hun plaats te zoeken voor de optocht. Deze optocht gaat door het dorp en de bezoekers zien en horen de gilden. Sommige gilden worden voorafgegaan door een standaardruiter, daarachter de tamboers, het hoofdvaandel, de koning met het koningszilver, soms de keizer, de zilverdragers, de overheid, gildebroeders en de vendeliers sluiten het gilde. Het is een lopend museum en een prachtig gezicht. Als alle gilden weer terug zijn op het feestterrein stellen de gilden zich naast elkaar op voor de massale opmars. Dit is een indrukwekkend moment, de massale opmars doet denken aan een bestorming of een aanval uit vervlogen tijden. De tamboers gaan voorop, dan de vaandrigs met hun hoofdvaandels, de koningen, keizers en zilverdragers en als laatste de vendeliers. Een commando wordt gegeven, alle tamboers gaan met slaande trom richting eretribune. De vendeliers verspreiden zich over het terrein en vendelen de vendelgroet. De vendelgroet behoort tot het klassieke vendelen en wordt vaak vendelgebed genoemd, het symboliseert de strijd tussen goed en kwaad. De vendelzwaaiers beelden de strijd van St. Joris met de draak uit, de strijd tussen geloof en ongeloof. Het vendelspel wordt toegepast naar oude regels. Na de massale opmars beginnen de wedstrijden. De koningen gaan onder elkaar schieten wie de vogel naar beneden haalt, er wordt gevendeld, getromd, geschoten, de standaardruiters hebben een wedstrijd, er is een tentoonstelling van de hoofdvaandels en het zilver, en zo is iedereen de hele dag bezig. Dit alles natuurlijk in een heel goede sfeer en onder het genot van een drankje en een hapje. Aan het einde van de dag worden de zilveren prijzen uitgedeeld en kan iedereen weer tevreden naar huis, weer uitkijkend naar het volgende feest.

De vrije gildedag

Op een kringdag mag alleen maar gilden uitnodigen uit de eigen kring. Op een vrije gildedag mag men ook gilden uitnodigen uit een andere kring of uit een andere federatie, zoals Limburgse of Gelderse schutterijen en Vlaamse gilden. Op een dergelijke dag stelt men ook eigen gezochte juryleden en technische commissies aan. Men is niet gebonden aan de reglementen van een bepaalde kring. In sommige kringen is het gebruikelijk dat eens per jaar een gildedag wordt georganiseerd en dat het batig saldo aan een goed doel wordt geschonken.

Het landjuweel

Bij het landjuweel worden -in tegenstelling als bij de kringgildedagen -alle schuttersgilden van Noord- Brabant en Vlaams-Brabant uitgenodigd. Er wordt een optocht gehouden, er zijn wedstrijden in vendelen, trommen, schieten met geweer, kruisboog, en handboog, en er zijn wedstrijden in standaardrijden. De aanvraag voor het organiseren van een landjuweel wordt ingediend bij de Noordbrabantse Federatie van Schuttersgilden en moet aan de nodige voorwaarden voldoen. Het organiserend gilde (soms in samenwerking met een of meerdere gilden) zorgt voor een zilverprijs voor de winnaar: het Juweel. Tegenwoordig wordt het landjuweel om de zeven jaar gehouden en zijn er op verschillende onderdelen prijzen te winnen. Maar nog steeds gaan de gilden voor die ene prijs; het Juweel. De aanduiding Landjuweel is bekend van het oude Brabant en geldt voor de cycluswedstrijden van gilden en rederijkers. Een Brabants Landjuweel bestond in het verleden uit een serie van zeven wedstrijden, waarvoor alleen stedelijke schutters werden uitgenodigd. De eerste stad reikte een zilveren schaal uit. De volgende winnaar moest de wedstrijd organiseren en het juweel vermeerderen met twee schalen. De overwinnaar van de zevende schaal gold als de winnaar van het gehele landjuweel en nam zeven schalen mee naar huis.

Het behoud van de gildeschatten

Veel gilden hebben oude bezittingen zoals een koningsjuweel, de zilveren koningsschilden, herdenkings-en geschenkzilver, oude documenten, standaarden, vaandels, rouwvaandel en archiefstukken. Daarnaast hebben gilden ook jongere schatten en kunstvoorwerpen zoals de jongste koningsschilden, de hoofdmanstaf, prijzenzilver, (soms) gekalligrafeerde jaarverslagen, schilderijen en nog meer. Behalve schatten hebben gilden ook specifieke gebruiksvoorwerpen zoals jeugdbogen, trommen, vendels, oude geweren, een tinnen schenkkan met bekken en een bonenkistje. Elk gilde beschouwt het behoud van zijn immateriële en materiële culturele erfgoed en zijn historische karakter als een belangrijke hoofdtaak. Dit betekent dat de gilden hun oude bezittingen koesteren en zo nodig herstellen. En als oude bezittingen te kwetsbaar worden, worden deze geconserveerd en vervangen.

Hoe is de traditie in de loop van de tijd veranderd?

De geschiedenis heeft de gilden gemaakt tot wat ze nu zijn. Ze lijken niet meer op de gilde ten tijde van hun oprichting. Dit is een goede zaak, een vereniging moet zich evolueren, wil zij blijven bestaan. Ontwikkelingen op politiek, wetenschappelijk en maatschappelijk gebied hadden invloed op de gilden. Zij pasten zich aan ten tijde van oorlog en hielden zich dan rustig. De gilden moderniseerden door economische, maatschappelijke en wetenschappelijke invloeden. Zo kunnen vrouwen lid worden van de broederschap, worden uitnodigingen per e-mail verstuurd en zij hebben internationale betrekkingen. De meeste gildetradities zijn met hun tijd meegegaan en in de loop van de tijd zijn er gebruiken bij gekomen.

De huidige landjuwelen en gildedagen of gildefeesten hebben een heel oude oorsprong. In de 15de eeuw werden in Brabant al landjuwelen gehouden door hand-, voet-en kruisbooggilden. Rederijkers en stadschuttersgilden kenden in de 16de eeuw de haagspelen. De huidige gildefeesten en landjuwelen zijn afspiegelingen van de spelen die in vroegere tijden door de gilden werden gehouden.

Het wapen wordt niet meer ter hand genomen voor de beschutting (bescherming) van de heerd. Handboog-, kruisboog-en geweerschieten zijn gildesporten/gildedisciplines met onderlinge competitie geworden.

Tot in de eerste helft van de 20ste eeuw werd er, als er genoeg geld in de kas was, een teerdag gehouden. De teerdag is een feestdag, teren heeft de betekenis van eten en drinken, opmaken. De jaarvergadering werd op de patroonsdag gehouden. Tegenwoordig houden de gilden tijdens de statiedag hun jaarvergadering en brengen ze deze dag gezamenlijk door. Bij veel gildes wordt er gezamenlijk gegeten en wordt de statiedag ook teerdag genoemd.

Na de Tweede Wereldoorlog zijn de gilden uniformen gaan dragen. Daarmee benadrukken zij hun identiteit en afkomst. Sommige gilden kozen voor de stijl van de slipjasgilden, andere gilden prefereerden middeleeuws aandoende uniformen. De hoofdkleur van het gilde wordt bepaald aan de hand van de patroonheilige: Mariagilden hebben de hoofdkleur blauw, Hubertusgilden groen, Ambrosiusgilden paars, enzovoort.

Het vendelspel is na de Tweede Wereldoorlog als gildediscipline geïntroduceerd.

Gildeleden zullen verbaasd opkijken bij het onderwerp gildedansen, want dat doen ze niet meer. Toch heeft deze activiteit binnen de Brabantse gilden bestaan. De boerencarré werd tot ongeveer 1950 op de teerdagen en feestdagen gedanst. In 1954 werden er nog wedstrijden in gildedansen gehouden: de carré, de ringdans, de schotisch, de rozenkwinten en de hakkespitdans.

Het jeu de boules-spel is in de jaren tachtig naast het schieten een gildesport geworden.

Federatiewedstrijden zijn wedstrijden in vendelen, trommen en bazuinblazen. De Noordbrabantse Federatie van Schuttersgilden organiseert deze wedstrijden sinds 1986 om deze drie takken van gildesport te bevorderen.

De crematie met gilde-eer is gemeengoed geworden.

De gilden zijn niet meer voorbehouden aan enkel mannen: vrouwen kunnen volwaardig lid zijn, met dezelfde rechten als mannen. Zij kunnen ook hoofdman en koning worden.

De meeste gilden zijn betrokken bij de jaarlijkse, plaatselijke dodenherdenkingen.

n0image

n0image